Familieverhalen

Links: Verklaring moord op zendeling - origineel Afschrift. Vertrouwelijk. (Palopo, 20 Augustus 1917.- De Wnd. Assistent-Resident, w.g. E.A.J. Nobele). (2016) Rechts: Uitgetypte reproductie van ‘Verklaring moord op zendeling’, blz. 2. (2021)

Links: Verklaring moord op zendeling - origineel Afschrift. Vertrouwelijk. (Palopo, 20 Augustus 1917.- De Wnd. Assistent-Resident, w.g. E.A.J. Nobele).
(2016)
Rechts: Uitgetypte reproductie van ‘Verklaring moord op zendeling’, blz. 2. (2021)

Uit de verklaring van Pong Mas[s]angka, het hoofd van de bende, die den heer van de Loosdrecht vermoord heeft, en de getuigenissen van de overige te Rante Pao gehoorde personen, welke laatste opgenomen zijn in de bijlage dezes, zouden derhalve de volgende grieven geleid hebben tot den moord op den zendeling A.A. van de Loosdrecht en het daarop gevolgd verzet: De dwang, welke uitgeoefend wordt op de bevolking om haar te doen overgaan tot het christendom. De slachtbelasting op karbouwen. Het verbod om te dobbelen. De beperking van de vergunning tot het houden van hanengevechten. De bijdragen van karbouwen en varkens van den doodenfeesten ten bate van de schoolfondsen. Het voortdurend leveren van hout ten behoeve van landschaps- en zendingsgebouwen (woningen en scholen). De schooldwang. Uit: Verklaring moord op zendeling. Palopo, 20 Augustus 1917. De Wnd. Assistent-Resident, w.g. E.A.J. Nobele.

Links: Dracaena Terminalis (Dracaena Moorei / Cordyline fruticosa / Red Sister) - reproductie. L'Illustration horticole, Asparagaceae, 1860s.
(2018)
Rechts: Dracaena Terminalis (de levenskracht van het gewas zal aan den eigenaar er van blijven kleven), Flora, Rantepao, Sulawesi, Indonesië.
(2017)

Er zijn planten, aan welke om hare taaie levenskracht eene bijzonder sterke zielestof wordt toegekend. Hieronder bekleedt bij alle Indonesiërs de Dracaena Terminalis de eerste plaats. Zij is de heilige plant, die door de priesters bij al hunne handelingen wordt gebruikt, en wier krachtige zielestof men ook op den mensch tracht over te brengen. Uit: Alb. C. Kruyt - Het Animisme der Indonesiers, 1906

Goden in het uitspansel, heren in de hemel. Komt toch langs de Drakenbloedplant hierheen, neemt toch uw weg langs de Dracaena. Gij, die de benedenwereld bewoont, de landstreek van hen, die onder deze aarde huizen. Komt toch langs de Drakenbloedplant hierheen, neemt toch uw weg langs de Dracaena. Goden aan de rand van het uitspansel, heren op de plaats van waar de regen uitgaat. Komt toch langs de Drakenbloedplant hierheen, neemt uw weg langs de Dracaena, betreedt de rode plant. Uit: Overleveringen en zangen der Zuid-Toradja’s, H. Van der Veen, De maro-zang van Sangaju’, 1979.

Links: Ansichtkaart (eigen collectie); Pommaramba, radja van Rantepao (1915); Ansichtkaart van Pong Maramba, vorst van Rante Pao (met vrouw en kleinzoon; staand een dorpshoofd). De vrouw op de kaart is zijn eerste echtgenote Lai’ Karippang.
(2021)
Rechts: Alfrida Kalsuso - 2de generatie, nageslacht van Ponga Maramba en zijn eerste echtgenote Lai’ Karippang.

Een eerste serie prentkaarten van ons Zendingsterrein zal binnenkort verschijnen, bestaande uit een zestal kaarten, welke men bestellen kan by Ds. Van Ingen te Harderwijk. Toezending franco na ontvangst van 25 cent. No. 4 geeft het portret van Pommaramba, radja van Rante Pao. Deze overheidspersoon stond aan br. v. d. Loosdrecht toe, een foto te maken, waarop behalve Pommaramba zelf gezien worden zijne vrouw [zijn eerste echtgenote Lai’ Karippang] en zijn kleinzoon. Staand op den achtergrond een dorpshoofd, met lans gewapend. Pommaramba draagt op de borst een ster, ereteken, hem door de Ned. Regering verleend, omdat hij in 1907 niet meedeed aan de opstand. Uit: Onze prentkaarten; Gepubliceerd op: 1 april 1915, J. J. van Ingen.

Links: Postkaart (eigen collectie); dode tijger. Handgeschreven toevoeging achterzijde; Malaya, 1924, dead tiger.
Rechts: Tijgerballon, Rantepao, Tana Toraja, Sulawesi.

Zendeling A. A. v. d. Loosdrecht ging naar de volksschool van Bori' en overnachtte aldaar. Genoemde zendeling was de eerste verkondiger van 't Evangelie in Tana Toradja en 't Evangelie was een doorn in 't oog van Pong Massangka. In dien avond bevalen Pong Massangka en zijn broer (genaamd Bujang), aan hun bende om genoemde zendeling stilletjes te doden [26 juli 1917] in 't huis van de volksschool-onderwijzer. Maar de bende kon 't bevel niet ten uitvoer brengen, daar ze bevreesd was om 't huis van de goeroe te naderen, en daarom liep Bujang, de broer van Pong Massangka zelf naar voren en doodde de genoemde zendingsman. Tekstfragmenten uit: Een korte biografie van Pong Massangka, gepubliceerd op 1 december 1951 in Alle Volken.

Pong Massangka werd verbannen naar Nusa Kembangan (Java). In ballingschap toonde hij nogmaals zijn dapperheid doordat hij een tijger levend kon pakken, wat anderen niet durfden. Doch hij voelde zich zeer ongelukkig, daar hij bericht kreeg van 't overlijden zijner moeder; ook zijn familieleden die met hem verbannen waren stierven één voor één. 131⁄2 jaar leefde hij in ballingschap; daarna werd hij weer naar huis gestuurd door de Regering. Uit: Alle Volken, Een korte biografie van Pong Massangka, dec 1951.

Links: Gesneden buffelkop als onderdeel van het stamhuis van Ne' Matandung (Pong Balusu). Balusu, Tana Toraja, Sulawesi, Indonesië.
(2017)
Rechts: Abo’ Matandung (portret), achterkleindochter van Ne’ Matandung (landschapshoofd van Balusu en aanstichter van de moord op zendeling A.A. Van de Loosdrecht). (2017)

Ne' Matandung behoorde tot de eerste hoofden die een school wilde en kreeg. Hij was nogal status gevoelig: hij liep in een militaire jas met de bronzen ster van verdienste, die hem door het gouvernement was verleend wegens zijn hulp aan de Nederlandse troepen bij de verovering van het Toraja-gebied; maar ook bleek hij zeer trots op de school te zijn en betuigde daarvoor zijn dank door de zendeling [A.A. van de Loosdrecht] met zijn vrouw en kind in september 1914 met 30 dragers uit Palopo af te komen halen. uit: AdV 1914, 89; 1915, 38.

Direct na de begrafenis [van zendeling Antonie Aris van de Loosdrecht, die met een speerstoot om het leven was gebracht] vertrok Controleur Brouwer met een groep van 12 politemannen naar Balusu, waar hij zijn intrek nam in het gastenverblijf. Het ontboden districtshoofd Ne’ Matandung kwam echter niet opdagen, maar zond wel als welkomsgeschenk een mager varkentje. Zo'n overduidelijke provocerende gift maakte voor ieder duidelijk dat het oude hoofd in het complot zat. Ne’ Matandung werd gevangen genomen, maar de daders Buyang en Pong Massangka waren nog enige tijd voortvluchtig. Pas toen men na enkele weken hun moeder in gijzeling nam, gaven ze zich over. Uit: interview met Ramba', Patasik, A.T. Toding, K.Toding. AdV 1917, 103 (J. Belksma).

Copyright © Ringel Goslinga, 2021, The Netherlands. All rights reserved. Webdesign: Monique Belier